Skip to main content

Let op: de online leeromgeving is verhuisd. Klik op deze link: leren.sandragortemaker.nl - Wis je cookies als de doorverwijzing niet werkt.

Rock Rose – Cistus Albidus – Witte Zonneroos

Begin mei had ik de luxe om naar Zuid Spanje af te reizen om in een bergdorpje te gaan tekenen. Samen met een groep botanisch tekenaars. Mijn keuze viel op de Rock Rose.

Hoe begin je met tekenen

Het eerste is schetsen. Je tekent je onderwerp van alle kanten. Dit doe je om bekend te raken met de vormen, kleuren maar ook met de anatomie van de plant. Hoe zit de bladsteel vast aan de stengel? Kan je regelmaat herkennen in het aantal kelk- en kroonblaadjes. Heeft een bloem een draagblad. Wat is de vorm van de bladeren, zitten ze tegen over elkaar op de stengel of om en om.

Degene die wel eens een wilde planten cursus hebben gevolgd of een studie biologie zullen zit wel herkennen. Deze kenmerken worden ook gebruikt om de verschillende planten uit elkaar te houden. Maar voor een botanisch tekenaar is het ook belangrijk om deze kenmerken goed weer te geven.

Licht en donker tekenen voor het 3D effect

Om in je een tekening de illusie te wekken dat iets 3D is moet je werken met licht en donker. Doe je dat niet dan blijft het plat ogen. Het lastige is dat je vaak in een omgeving zit waar het licht van alle kanten kom, van buiten, van de lampen. Dan kan je twee dingen doen. Je blokt al het licht door een kastje er om heen te bouwen en één lichtbron te plaatsen. Bij botanisch tekenen wordt er vaak gekozen voor linksboven als je rechtshandig bent.

Als dat niet kan of lukt dat moet je in je hoofd die omslag maken en bewust iets anders tekenen dan je ziet. Dat vereist wel wat oefening en vaak ben je toch onbewust weer bezig de lichtval en schaduw te tekenen zoals je hem daadwerkelijk ziet. Schiet je hier totaal van in de kramp en doe je dit echt hobbymatig dan zou ik dat loslaten en eerst focussen om het daadwerkelijk volume te geven.

Een oefening hiervoor is het werken met 10 blokjes en kleurtonen te maken van het aller donkerste naar het allerlichtst. Ook kan het helpen je foto om te zetten naar zwart-wit als je het moeilijk vind om het licht en donkerste gedeelte te onderscheiden. Maar denk dat wel aan de belichting.

Compositie bepalen

Voor deze tekening heb ik doelbewust de plant anders getekend dan dat ik hem daadwerkelijk zag. Dit maakt dat:

  • alles in de uiteindelijk tekening heel duidelijk te zien is
  • je een evenwichtige tekening krijgt
  • en dat je niet constant naar een storend element zit te kijken
  • je meer kan tonen van de stadia van bloei en verwelking, dan je daadwerkelijk ziet

Wat je doet is spelen met kleuren. Delen laat je in grafiet (grijs potlood) staan, of in een lichtere tint (atmosferisch persfectief). Het scheelt je ook heel wat kleurwerk!

En plekken waar bladeren elkaar net kruizen op een paar mm teken je goed overlappend of wat verder tegen elkaar. Een bloem laat je net wat anders knikken of draaien om hem beter te tonen (let op wel anatomisch correct).

Werktekening en kleur bepalen

Hierboven zie je mijn werktekening. Deze heb ik uiteindelijk gebruikt voor mijn daadwerkelijke tekening. In dit geval heb ik hem op een lichtbak overgetrokken. Je bepaalt de kleuren door allemaal proefjes te maken. Met polychromos potloden (Faber-Castell) kan je laag op laag op laag tekenen en hierdoor kan je hele mooie kleuren krijgen doordat het mengt op het papier. De kwestie is niet te hard drukken en geduld hebben.

De papierkeuze maakt zeker uit omdat dit ook bepaald hoeveel lagen je kan plaatsen. Ik heb gemerkt dat bij bepaald type papier dat echt stukken minder is. Ik heb nu gewerkt op aquarelpapier (hot pressed. 100% cotton, 300 grams, 23×31 van Windsor en Newton). Mijn werktekening was op Mixed Media papier uit een schetsblok van Strathmore (190 grams met een vellum surface).

Ook kan de de felheid van de kleuren verschillen per papier. En glad papier heeft altijd mijn voorkeur omdat je dan gedetailleerder kan werken. Wat dan ook helpt is je punten goed scherp te slijpen.

Referenties en boeken

Een heel interessant en leerzaam boek is “Handbook of plantforms for botanical artists” en dan gereviseerde versie met Margaret Stevens. Hier wordt werk besproken om zo studenten te helpen bij hun tekeningen en schilderijen.

Voor de bloembladeren heb ik lang gezocht naar referenties van andere tekenaars maar ik zie dat ze allemaal er moeite mee hebben, een enkeling lukt het om echt die harde contrasten er in te krijgen zonder dat het onnatuurlijk lijkt. Het zijn als het ware allemaal kreukels die je tekent. Met daarbij lichte streepjes. Waar ben ik aan begonnen heb ik vaak gedacht.

Gelukkig had de docent Eline veel geduld en goede tips. Ik heb voor het eerst met grijzen gewerkt onder de kleur voor de schaduw stukken. En ze deed voor (op een apart papiertje) hoe je dit type blad kan tekenen. Maar toch vond ik het super moeilijk en ben ik nog steeds niet tevreden. Gelukkig heb ik ook nog mijn werktekening en kan ik die weer overtrekken om een tweede poging te wagen. Als ik me mentaal zo ver heb gekregen, haha.

Eindresultaat (voor nu)

Uiteindelijk heb ik besloten om bij thuiskomst een groot deel weer uit te gummen en opnieuw te proberen. Maar ik ben nog steeds niet helemaal tevreden. Ik vond het zo lastig om die vouwen er op een natuurlijk manier in te krijgen. Ook dat grijze eronder oogde voor mij te donker.

De blaadjes vindt ik heel mooi gelukt, dat viltige komt goed over. Door het atmosferisch perspectief wordt je oog naar het bovenste en het mooiste gedeelte geleid. Terwijl je wel de hele plant laat zien en goed ziet hoe hij anatomisch in elkaar zit.

Ik mag tevreden zijn met het resultaat (ik moet het echt even opschrijven om het te geloven, ooh wat erg.)

Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Lees ook: